Home » Blogs » De school als bron - Ik word gepest

De school als bron - Ik word gepest

Gepubliceerd op 27 februari 2020 om 15:43

Als reactie op mijn vorige bericht kreeg ik de vraag of de school zelf ook de bron kan zijn van pestgedrag. Ik denk van wel en middels dit voorbeeld wil ik laten zien hoe het pesten in mijn ogen dan ontstaat.

Er was eens een jongetje dat heel goed wist wanneer hij boos, bang, verdrietig of blij was. Maar hij voelde zich op school niet veilig om zijn emoties te tonen. Op zijn school was hier namelijk geen ruimte voor.
De emoties verdriet, angst en boosheid mochten er niet zijn want dat is teveel werk voor deze school. Het enige wat er echt mag zijn is blijheid.

Als hij bang was, dan werd dit afgedaan als irreëel
‘Daar hoef jij niet bang om te zijn, dat gebeurd toch niet’

Als hij boos was werd dat afgedaan als irreëel
‘je hoeft niet boos te zijn, dat is nergens voor nodig’

Als hij verdrietig was werd dit afgedaan als irreëel
‘Nou kom op zeg, niet huilen, zo erg is dit niet. Er zijn wel ergere dingen’.

Toen het jongetje een paar weken naar school ging, werd hij in de klas wel eens verdrietig. De juf sprak de ouders aan op zijn emoties en het jongetje werd afgedaan als huilerig kind, en daar moesten de ouders maar wat mee doen.
Ze werkten aan zijn zelfvertrouwen en dat ging een hele tijd goed.
Het jongetje had geleerd om op school zijn emoties flink te onderdrukken. ‘Ik mag niet huilen dus ik stop mijn emoties weg’

Een paar jaar later kreeg het jongetje een meester waar hij wederom zijn verdriet niet mocht tonen. Want, zoals ik al zei, op deze school behoren de kinderen een onbewuste strategie te ontwikkelen om hun emoties niet te tonen.

Ergens binnen deze school is een strategie ontwikkeld voor omgang met drie van de vier basis emoties.
Huilende kinderen weten we niet mee om te gaan, dus dat moet worden afgekapt.
We worden niet boos want dat kunnen we niet aan.
En als een kind boos wordt dan gaan we de kinderen straffen door ze bijvoorbeeld hun pauze af te nemen. We zetten de pauzes in als betaalmiddel voor goed gedrag. Wordt je boos, blijf je binnen, je ‘verdient’ dan geen pauze.
Bang zijn mag niet want daar weten we niet mee om te gaan.

Op een dag werd het jongetje doelwit van een ander kind uit zijn klas.
Hij werd letterlijk en figuurlijk aangevallen door dit kind.
Huilen wilde hij, boos worden wilde hij, en bang dat hij was!
Maarja, geen van deze drie dingen past binnen de heersende norm van deze school.
Dat wist hij uit ervaring. En jawel, zijn verdriet, zijn angst en zijn boosheid werden wederom de kop ingedrukt.
Huil nou maar niet. Zo erg is het allemaal niet. Er is immers niets ernstigs gebeurd met je dus kom op. En je hoeft niet boos te worden op het kind dat jou aanviel, die heeft van alles (labeltjes) dus je moet het hem maar niet kwalijk nemen. De angst van het jongetje voor zijn klasgenootje moest door het jongetje maar zelf oplossen met angstregulatie, aldus de school.

Helaas werkt je dus hiermee in de hand dat het jongetje wordt ingezet als doelwit van zijn klasgenootje. Hij onderdrukt zijn emoties, iets dat anderen feilloos aanvoelen. Anderen gaan hem uitlokken om boos te worden, om te huilen en om bang te worden.



De bron, zoals ik in mijn vorige blog beschreef, en het ontstaan van dit gedrag, kun je in dit voorbeeld dus niet vinden in het kind dat uitlokt, maar in dit geval namelijk het omgaan met emoties binnen het ‘schoolsysteem’.
Pesten kan pas echt stoppen als IEDEREEN in het systeem geen mening en oordeel heeft over anderen; afkomst, huidskleur, sociale klasse, emoties van anderen, etc. Iedereen is oke zoals hij of zij is.
De ouders, de kinderen, de leerkrachten en de directie moeten alles en iedereen accepteren.
Het is alleen heel veel werk om bepaalde patronen te doorbreken, maar zeker wel mogelijk als je wilt blijven kijken en zoeken naar de bron.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.